A passion for math and math education

.
Koen De Naeghel

6 Samenwerken

In onze maatschappij hecht men bijzonder veel belang aan samenwerking. Dat belang wordt gereflecteerd in bedrijven en overheidsinstanties. Immers, een goede samenwerking van personeelsleden impliceert een grotere rentabiliteit en betere resultaten. Dat men bij het aanwerven van nieuwe personeelsleden hierop zal inspelen spreekt voor zich. De kans is dan ook erg groot dat een leerling bij een toekomstige sollicitatie of proefcontract zal getest worden hoe vaardig hij/zij is in het samenwerken met de anderen.

Concreet deelt men de competentie samenwerken in vier niveaus op. Die zijn cumulatief gerangschikt, wat wil zeggen dat iemand pas een hoger niveau kan bereiken als hij/zij ook de lagere niveau's beheerst.
Niveau 1. Je werkt mee en informeert de anderen

Niveau 2. Je helpt anderen en pleegt overleg

Niveau 3. Je stimuleert de samenwerking binnen de eigen entiteit, werkgroepen of projectgroepen

Niveau 4. Je creŽert gedragen samenwerkingsverbanden met en tussen andere entiteiten
Ook in een verdere studieloopbaan kan samenwerken een grote rol spelen. Niet zelden krijgen studenten bij hogere studies te maken met het maken van projecten in groep. Het vaardig zijn in samenwerken kan hier een grote troef betekenen om zowel sneller als beter te presteren in groep. Daarom is het zinvol om af en toe activiteiten in groep aan te bieden: om leerlingen beter te kunnen voorbereiden op het functioneren in de maatschappij.

Concreet kennen we in de klas drie graden van samenwerking.
Graad 1.De leerkracht bepaalt het doel, de (meeste) activiteiten en (bijna) de hele evaluatie. Dit is wat men meestal onder samenwerken in klas begrijpt.

Graad 2. De groep krijgt meer verantwoordelijkheid, en de structuren verdwijnen want de groep zelf bepaalt steeds meer de manier waarop samengewerkt wordt. In dat geval spreken we over samen leren. Deze structuur acht men meer complex dan samen werken, omdat ze een zelfstandigere houding van de leerlingen vereisen en de docent meer terugtreedt.

Graad 3. Er is sprake van totale sturing vanuit de leerlingen. Deze graad noemt men samen reguleren.
Naast het verwerken van toepassingen in groep uit Practicum 4 is dit practicum gericht op samenwerken, in groepen van twee of drie. Het beoogde doel is welomlijnd. Toch is er nu al een zekere vorm van:
  • Positieve wederzijdse afhankelijkheid Je werkt aan een gezamelijk doel, en daarbij is de bijdrage van ieder groepslid van belang.
  • Individuele aanspreekbaarheid Ieder groepslid is aanspreekbaar op zijn/haar bijdrage aan het groepspro\-duct, het kan dus niet zo zijn dat een groepslid al het werk doet.
  • Directe interactie Je praat met elkaar over de leerstof. Dus er moet ook echt gepraat worden. Het is dus niet de bedoeling dat je individueel de opdracht uitvoert, en achteraf controleert of de andere groepsleden hetzelfde resultaat bereikt hebben.
  • Sociale vaardigheden Dit betekent dat er aandacht is voor het functioneren in een groep en niet alleen productgericht maar vooral proces gericht. Hoe verliep het, wat kunnen we de volgende keer anders doen?
Opnieuw wordt na de opdracht een individuele reflectie verwacht. Wat is je eigen inzet, hoe was de gemeenschappelijke aanpak en overleg, en in welk niveau van samenwerking hoor jij thuis?

Documenten Creative Commons Licentie